ECLI:NL:RBOVE:2024:6874
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen sluiting woning wegens overtreding Opiumwet
Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen het besluit van de burgemeester om zijn woning te sluiten wegens een overtreding van artikel 2 van Pro de Opiumwet, gelezen in samenhang met artikel 13b. De burgemeester had de sluiting van het pand bevolen voor een periode van drie maanden, ingaand op 20 december 2024.
Tijdens de zitting op 19 december 2024 werd vastgesteld dat de huurovereenkomst van verzoeker per 1 januari 2025 was opgezegd en dat de woning uiterlijk 20 december 2024 leeg moest zijn. Tevens bleek dat er waarschijnlijk al crisisopvang beschikbaar was voor verzoeker. De voorzieningenrechter concludeerde dat de burgemeester bevoegd was het besluit te nemen op grond van het Damoclesbeleid en de handhavingsmatrix.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de sluiting proportioneel was gezien de omstandigheden en dat er geen aanleiding was om de voorlopige voorziening toe te kennen. Het verzoek werd derhalve afgewezen, waardoor verzoeker de woning op 20 december 2024 om 11:00 uur moest verlaten. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de sluiting van de woning wegens overtreding van de Opiumwet is afgewezen.