Eiseressen verhuren een woning aan gedaagde, die een aanzienlijke huurachterstand heeft opgebouwd en vernielingen in de woning heeft aangericht. Eiseressen vorderen ontruiming en betaling van de achterstallige huur.
Gedaagde stelt dat hij de huur mag opschorten wegens achterstallig onderhoud en dat hij onderhoudskosten mag verrekenen met de huurachterstand. De kantonrechter oordeelt dat gedaagde deze stellingen onvoldoende heeft onderbouwd en dat hij de huur niet mag opschorten of verrekenen.
De kantonrechter stelt vast dat gedaagde toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van zijn verplichtingen, waaronder het betalen van de huur en zorgvuldig omgaan met de woning. De ontruiming wordt toegewezen, maar gedaagde krijgt een langere termijn tot 31 januari 2025 om een andere woonruimte te vinden.
Daarnaast wordt gedaagde veroordeeld tot betaling van de achterstallige huur van €3.468,70, vermeerderd met wettelijke rente, en de maandelijkse huur vanaf november 2024 tot ontruiming. De waarborgsom kan in mindering worden gebracht bij correcte oplevering. Gedaagde wordt tevens veroordeeld in de proceskosten.