De veroordeelde werd bij vonnis van 17 juni 2022 veroordeeld tot 24 maanden gevangenisstraf, waarvan twaalf maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar. Aan de voorwaardelijke straf waren bijzondere voorwaarden verbonden, waaronder meldplicht bij reclassering, ambulante behandeling en verblijf in een instelling voor beschermd wonen.
Op 26 november 2024 diende de officier van justitie een vordering in tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke straf wegens niet-naleving van de voorwaarden. Tijdens de zitting op 17 december 2024 werden de officier van justitie, de veroordeelde, zijn raadsvrouw en een reclasseringswerker gehoord.
De rechtbank constateerde dat de veroordeelde de meldplicht en het verblijf in beschermd wonen niet is nagekomen, wat leidde tot beëindiging van het behandeltraject bij FBW Transfore. De reclassering gaf aan dat het verblijf in beschermd wonen geen toegevoegde waarde meer heeft, maar dat ambulante begeleiding essentieel blijft. De rechtbank oordeelde dat tenuitvoerlegging niet opportuun is en wijzigde de bijzondere voorwaarden door het schrappen van het verblijf in beschermd wonen, terwijl de ambulante behandeling gehandhaafd blijft.
De rechtbank benadrukte dat dit een laatste kans is voor de veroordeelde om zijn begeleiding succesvol af te ronden en wees de vordering tot tenuitvoerlegging af.