ECLI:NL:RBOVE:2024:716
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen last onder dwangsom wegens illegale bewoning en bouwwerken
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Enschede, waarin zij lasten onder dwangsom opgelegd kregen om illegale bewoning en bouwwerken op de percelen [adres 2] en [adres 3] te beëindigen.
De rechtbank stelt vast dat het gebruik van de panden als woning en de aanwezigheid van de bouwwerken in strijd is met het bestemmingsplan, waardoor sprake is van een overtreding. Het college heeft besloten niet handhavend op te treden tegen de bewoning van het pand aan de [adres 2] vanwege onevenredigheid, maar wel tegen de overige overtredingen.
Eisers voerden aan dat de gedoogconstructie ook op het pand aan de [adres 3] had moeten worden toegepast, omdat dit pand beter geschikt is voor bewoning. De rechtbank oordeelt dat het college in redelijkheid heeft kunnen besluiten dit niet te doen, mede omdat de illegale bewoning op termijn beëindigd moet worden en er geen concrete aanwijzingen waren van ononderbroken bewoning aan de [adres 3].
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, waardoor de opgelegde lasten onder dwangsom na het verstrijken van de begunstigingstermijn in werking treden. De uitspraak is gedaan door rechter A. Oosterveld en griffier A. van der Weij.
Uitkomst: Het beroep tegen het last onder dwangsom besluit wordt ongegrond verklaard en de lasten treden in werking na de begunstigingstermijn.