ECLI:NL:RBOVE:2024:745
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering verbod contact zakelijke relaties wegens onrechtmatige concurrentie
Eiser, een besloten vennootschap actief in de elektrobranche, vorderde een verbod tegen gedaagde om gedurende twee jaar contact te hebben met haar zakelijke relaties en een verklaring voor recht dat gedaagde onrechtmatig had gehandeld. Gedaagde was van 2018 tot 2022 statutair directeur en aandeelhouder van eiser.
Eiser stelde dat gedaagde na beëindiging van zijn werkzaamheden klanten en leveranciers benaderde met het doel hen bij een concurrerend bedrijf onder te brengen, waarmee hij het bedrijfsdebiet van eiser substantieel zou hebben afgebroken. Gedaagde voerde aan dat geen relatie- of non-concurrentiebeding was overeengekomen en dat hij vrij was om concurrerende activiteiten te verrichten.
De rechtbank oordeelde dat geen sprake was van onrechtmatige concurrentie. De exclusieve distributieovereenkomst met één leverancier werd door gedaagde gerespecteerd en er was onvoldoende bewijs dat hij stelselmatig en substantieel het bedrijfsdebiet van eiser had afgebroken. Ook ontbrak een wettelijke grondslag voor het opleggen van het gevorderde verbod. De vorderingen werden afgewezen en eiser werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vorderingen van eiser worden afgewezen wegens onvoldoende bewijs van onrechtmatige concurrentie en ontbreken van wettelijke grondslag voor het verbod.