Partijen, die jarenlang samenwerkten, zijn in een juridisch conflict geraakt over het gebruik van bescheiden die verband houden met hun samenwerkingsovereenkomst. Na een eerdere uitspraak waarbij inzage in deze bescheiden werd toegestaan, heeft [gedaagde 1] zakelijke contacten benaderd met verwijzingen naar vermeende onrechtmatigheden. [Eisers] vorderden een verbod op dit gebruik en benaderen, stellende dat dit onrechtmatig is en in strijd met de AVG.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het gebruik van de bescheiden door [gedaagde 2] binnen het eigendomsrecht en de contractuele bepalingen valt. De rechtbank stelt dat het toegestane beslagdoel niet beperkt is tot het vaststellen van onrechtmatig handelen en dat het benaderen van zakelijke relaties gerechtvaardigd is om schade te beperken. Er is onvoldoende bewijs dat de eer en goede naam van [eisers] zijn aangetast of dat sprake is van onrechtmatig handelen.
Ook is geen sprake van een AVG-schending, aangezien [gedaagde 2] als verwerkingsverantwoordelijke handelt binnen een gerechtvaardigd belang en het gebruik van persoonsgegevens niet voor een ander doel dan oorspronkelijk bedoeld plaatsvindt. De vorderingen worden afgewezen en [eisers] worden veroordeeld in de proceskosten.