Uitspraak
uitspraak van de meervoudige kamer in de zaak tussen
Stichting Stop Afvalwater Twente, uit Vasse (de Stichting), eiseres
Nederlandse Aardolie Maatschappij B.V.uit Assen (de NAM) (gemachtigden: ing. J.J.C. Ardesch en mr. L. Ensing).
Rechtbank Overijssel
De Stichting Stop Afvalwater Twente heeft beroep ingesteld tegen twee besluiten van de staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat betreffende omgevingsvergunningen voor het realiseren en gebruiken van een zuiveringsinstallatie die het tolueengehalte in afvalwater uit oliewinning in Schoonebeek reduceert.
De eerste vergunning, verleend op 31 augustus 2022, was geldig tot 31 december 2022. De rechtbank oordeelde dat de Stichting geen procesbelang meer had bij de beoordeling van dit besluit omdat de vergunning inmiddels was verlopen en een nieuwe vergunning was verleend. Het beroep tegen dit besluit werd daarom niet-ontvankelijk verklaard.
De tweede vergunning, verleend op 4 oktober 2023, betrof een nieuwe omgevingsvergunning voor dezelfde installatie met een geldigheidstermijn tot 31 december 2023. De Stichting stelde dat zij belanghebbende was omdat haar doelstelling het voorkomen van milieuaantasting in Twente betreft, met name de injectie van afvalwater in de bodem.
De rechtbank stelde echter vast dat de vergunning alleen betrekking had op de zuiveringsinstallatie in Schoonebeek en niet op de injectie van afvalwater in Twente, waarvoor een aparte vergunning geldt. Omdat het belang van de Stichting te ver verwijderd was van het bestreden besluit, werd zij niet als belanghebbende aangemerkt en was het beroep niet-ontvankelijk.
De rechtbank heeft daarom de beroepen van de Stichting tegen beide besluiten niet inhoudelijk beoordeeld en heeft het griffierecht niet teruggegeven.
Uitkomst: Het beroep van de Stichting tegen beide omgevingsvergunningen wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van rechtstreeks belang en procesbelang.