De rechtbank Overijssel heeft op 16 februari 2024 uitspraak gedaan over de voortzetting van de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders die op 3 februari 2023 aan de veroordeelde was opgelegd.
De veroordeelde had verzocht om beëindiging van de maatregel vanwege het gebrek aan voortgang in het traject en het ontbreken van een geschikte uitstroomlocatie, waardoor hij nog steeds in de Penitentiaire Inrichting verblijft. De officier van justitie stelde zich op het standpunt dat de maatregel voortgezet moet worden.
Uit het toetsingsverslag en de zitting bleek dat de veroordeelde moeite heeft met het omgaan met vrijheden, meerdere gedragsproblemen vertoont en dat zijn problematiek nog onbehandeld is. De deskundige verklaarde dat de medewerking van de veroordeelde cruciaal is voor het vinden van een passende uitstroomplek, maar dat deze medewerking momenteel ontbreekt.
De rechtbank concludeerde dat de primaire doelstellingen van de maatregel, namelijk beveiliging van de maatschappij en het voorkomen van recidive, nog steeds aan de orde zijn. Er is geen aanleiding de maatregel te beëindigen, mede omdat verdere voortzetting zinvol is en de omstandigheden buiten de macht van de veroordeelde dit niet verhinderen.
De rechtbank besloot daarom de voortzetting van de tenuitvoerlegging van de maatregel te gelasten.