Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De bewijsmotivering
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van verdachte
6.De op te leggen straf of maatregel
7.De schade van benadeelden
kosten van lijkbezorging
affectieschade
8.De toegepaste wettelijke voorschriften
9.De beslissing
gevangenisstrafvoor de duur van
12 (twaalf) jaren;
maatregelop dat de verdachte verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 20.000,00 (zegge: twintigduizend euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 6 december 2021 ten behoeve van de benadeelde [partner van slachtoffer] , en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 57 dagen kan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;
[kind van slachtoffer 1]te openen
rekening met een
maatregelop dat de verdachte verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 20.000,00 (zegge: twintigduizend euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 6 december 2021 ten behoeve van de benadeelde [kind van slachtoffer 1] , en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 57 dagen kan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;
[kind van slachtoffer 2]te openen
rekening met een
maatregelop dat de verdachte verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 20.000,00 (zegge: twintigduizend euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 6 december 2021 ten behoeve van de benadeelde [kind van slachtoffer 2] , en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 57 dagen kan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;
[kind van slachtoffer 3]te openen
rekening met een
maatregelop dat de verdachte verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 20.000,00 (zegge: twintigduizend euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 6 december 2021 ten behoeve van de benadeelde [kind van slachtoffer 3] , en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 57 dagen kan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;
maatregelop dat de verdachte verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 17.500,00 (zegge: zeventienduizendvijfhonderd euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf
maatregelop dat de verdachte verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 17.500,00 (zegge: zeventienduizendvijfhonderd euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf
maatregelop dat de verdachte verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit 1 tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van in totaal € 14.751,20 [zegge: veertienduizendzevenhonderdeenenvijftig euro en twintig eurocent], te vermeerderen met de wettelijke rente
4.
Het proces-verbaal van bevindingen van 28 februari 2022, zakelijk weergegeven voor zover inhoudende, pagina 575 - 576:
zeer veel waarschijnlijkerwanneer het
geboortedatum [geboortedatum 4] 1989
13.Het deskundigenverslag, te weten een Mitochondriaal DNA-onderzoek van 18 januari 2023 opgemaakt door dr. R.J. Brink, NFI deskundige, pagina FD 409 – 415:VraagstellingPolitie eenheid Oost-Nederland heeft verzocht om een haaronderzoek uit te voeren aan 18 haarsporen en vervolgens een vergelijkend mitochondriaal (mt) DNA-onderzoek uit te voeren aan deze haarsporen.ResultatenIn Tabel 4 staan de resultaten vermeld van het mtDNA-onderzoek en van wie het haarspoor afkomstig kan zijn op grond van het vergelijkend mtDNA-onderzoek.
Hypothese 2: net haarspoor is niet afkomstig van verdachte [verdachte] , maar van een onbekende persoon die niet in moederlijke lijn aan verdachte [verdachte] verwant is.
De bevindingen van het mtDNA-onderzoek zijn
veel waarschijnlijkerals hypothese 1 waar is, dan als hypothese 2 waar is.