Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De bewijsmotivering
“Ik deed dat ook. Ik weet niet waarom, misschien onder invloed van drugs”. En over het moment dat verdachte zei dat ze beneden moesten opruimen, omdat haar moeder anders door zou hebben dat er iets was, verklaart zij
“ [verdachte] heeft toen opgeruimd. Ik hoopte dat [verdachte] iets zou vergeten, zodat mama zou zien dat er wat aan de hand was. Ik durfde zelf niet te vertellen, want ik weet niet hoe je dat zegt tegen je moeder”.Als [slachtoffer 1] in haar tweede verklaring terugkomt op wat zij eerder heeft verklaard over het innemen van de 3MMC, kan de rechtbank haar goed begrijpen als zij uitlegt
“Ik zei toen dat [verdachte] mij drugs had gegeven. Mama maakte daar toen meteen gedrogeerd van”en dat ze haar moeder toen niet durfde te zeggen dat ze wist dat ze drugs innam.
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van verdachte
6.De op te leggen straf of maatregel
7.De schade van benadeelde
8.De toegepaste wettelijke voorschriften
9.De beslissing
mishandeling;
gevangenisstrafvoor de duur van
30 (dertig) maanden;
wijst de vorderingvan de benadeelde partij [slachtoffer 1]
toetot een bedrag van
maatregelop dat de verdachte verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit onder 1 primair tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 10.000,--, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 december 2021 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 85 dagen kan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;