Betrokkene is sinds december 2022 onder de wettelijke schuldsaneringsregeling geplaatst en is voor 80-100% arbeidsongeschikt verklaard. Hij heeft verbouwingswerkzaamheden uitgevoerd voor een bekende, waarvoor een bedrag van €18.500 is betaald via de bankrekening van zijn moeder. Betrokkene stelt dat hij geen financieel voordeel heeft genoten en de werkzaamheden als vriendendienst heeft verricht.
De rechter-commissaris stelde vast dat betrokkene deze activiteiten buiten het zicht van de bewindvoerders heeft verricht en geen sluitend financieel overzicht kon overleggen. Er is twijfel over de volledigheid van de administratie en of het eenmalig was. De rechter-commissaris concludeerde dat betrokkene zijn schuldeisers mogelijk heeft benadeeld en zijn inspanningsplicht niet is nagekomen.
Ter zitting verklaarde betrokkene dat hij geen winst heeft gemaakt en stukken zoals een verklaring van een ingehuurde tegelzetter en betalingsbewijzen heeft overlegd. De bewindvoerders twijfelen aan het financiële voordeel, maar achten het ondoenlijk om de administratie nader te onderzoeken. De beschermingsbewindvoerder meldde dat de vordering van €18.500 zal worden verhaald op de moeder van betrokkene.
De rechtbank oordeelt dat ondanks het ontbreken van een sluitend overzicht en schending van de informatieplicht, er geen sprake is van schuldeisersbenadeling. Het handelen van betrokkene vloeit voort uit onnadenkendheid en niet uit berekening. Gezien het advies van het UWV en het ontbreken van nieuwe schuld, wijst de rechtbank de tussentijdse beëindiging af en geeft betrokkene een laatste kans om aan zijn verplichtingen te voldoen.