ECLI:NL:RBOVE:2025:1055
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid OM in vordering tot ontneming na vrijspraak
De rechtbank Overijssel behandelde op 24 februari 2025 de vordering van het Openbaar Ministerie tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel op grond van artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht. De officier van justitie vorderde een bedrag van € 76.763,-- van de veroordeelde, die op 13 januari 2025 bij de terechtzitting aanwezig was en werd gehoord.
Tijdens de procedure stelde het Openbaar Ministerie dat het voordeel geschat moest worden op € 76.736,-- en de betalingsverplichting € 27.713,41 bedroeg. Echter, omdat de verdachte bij vonnis van 27 januari 2025 is vrijgesproken van de feiten waarop de ontnemingsvordering was gebaseerd, oordeelde de rechtbank dat het OM niet-ontvankelijk moest worden verklaard in deze vordering.
De rechtbank wees het vonnis uit in aanwezigheid van de rechters en griffier en verklaarde het OM niet-ontvankelijk, waarmee de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel werd afgewezen.
Uitkomst: Het Openbaar Ministerie is niet-ontvankelijk verklaard in de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel vanwege vrijspraak.