Domijn sloot in augustus 2022 een huurovereenkomst met de gedaagde voor een sociale huurwoning. Na vermoedelijke langdurige detentie van de huurder in Duitsland ontstond een huurachterstand van één maand. Domijn vordert ontruiming en betaling van de huurachterstand. De dagvaarding werd openbaar betekend omdat de verblijfplaats van de gedaagde onbekend is.
Tijdens de zitting verscheen de gedaagde niet. De kantonrechter besprak de door Domijn verrichte onderzoeken naar de verblijfplaats van de gedaagde. Hoewel Domijn meerdere huisbezoeken bracht en de gemeente inschakelde voor een adressenonderzoek, heeft zij geen contact gezocht met de sociaal werker en het broertje van de gedaagde, die vermoedelijk wel de verblijfplaats kennen. Ook is geen onderzoek gedaan in Duitsland waar de gedaagde in detentie zou zitten.
De kantonrechter oordeelt dat Domijn onvoldoende en niet te goeder trouw alle noodzakelijke stappen heeft ondernomen om de werkelijke verblijfplaats van de gedaagde te achterhalen. Daarom kan niet worden volstaan met openbare betekening van de dagvaarding. Domijn krijgt de gelegenheid om binnen een termijn van tien dagen alsnog de nodige stappen te ondernemen en dit bij akte te onderbouwen. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.