Uitspraak
RECHTBANK Overijssel
1.De procedure
- de conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie met producties 1 tot en met 3,
- de brief waarin een mondelinge behandeling is bepaald,
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Overijssel
In deze civiele zaak tussen een aannemer en onderaannemer over betaling van facturen en gebreken aan een installatie, vordert de aannemer betaling van €35.501,38 plus rente en kosten. De onderaannemer betwist dit en stelt een tegenvordering wegens wanprestatie en verrekening van €31.944,00. De rechtbank stelt vast dat partijen een overeenkomst van onderaanneming hebben gesloten en dat tussentijdse facturering met betaling binnen veertien dagen is overeengekomen.
De rechtbank oordeelt dat de facturen opeisbaar zijn en dat de onderaannemer ten onrechte niet heeft betaald. Het beroep op schuldeisersverzuim faalt, en ook het beroep op verrekening wordt verworpen vanwege schending van de klachtplicht door de onderaannemer, die pas maanden na ontdekking van gebreken heeft geklaagd. De rechtbank wijst daarom de vordering van de aannemer toe en wijst de tegenvordering af.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank de onderaannemer tot betaling van wettelijke handelsrente en buitengerechtelijke incassokosten. De proceskosten worden eveneens aan de onderaannemer opgelegd. Het vonnis is gewezen door rechter M.O. Frentrop en op 26 februari 2025 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de onderaannemer tot betaling van €35.501,38 plus rente en incassokosten en wijst de tegenvordering af wegens schending van de klachtplicht.