De veroordeelde is bij vonnis van 3 februari 2025 veroordeeld voor medeplegen van gewoontewitwassen, waarbij grote geldbedragen werden verworven, vervoerd en overgedragen. De rechtbank beoordeelde de omvang van het wederrechtelijk verkregen voordeel op basis van de bewezenverklaring en de administratie in de Defter-app op de telefoon van de veroordeelde.
Hoewel de digitale administratie een bedrag van ruim €93 miljoen vermeldde, concludeerde de rechtbank dat niet alle bedragen als basis konden dienen voor de berekening, omdat niet vaststond dat alle transporten daadwerkelijk hadden plaatsgevonden of dat de veroordeelde bij alle bedragen betrokken was. Daarom werd uitgegaan van het bewezen bedrag van €32.868.290.
De veroordeelde ontving een vergoeding van 0,2% voor het aansturen van de geldtransporten, wat resulteerde in een vastgesteld wederrechtelijk voordeel van €65.736,58. De rechtbank wees verzoeken om verlaging van de betalingsverplichting op billijkheidsgronden af en legde de verplichting tot betaling van dit bedrag aan de Staat op.