De rechtbank Overijssel heeft op 3 maart 2025 uitspraak gedaan in een zaak waarbij de veroordeelde werd veroordeeld voor het medeplegen van gewoontewitwassen. De zaak betrof het aansturen en uitvoeren van grootschalige geldtransporten over een periode van zeven maanden, waarbij in totaal €32.868.290,-- aan contanten werd vervoerd.
De vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel werd gebaseerd op de bewezenverklaring en het strafdossier, waaronder een digitale administratie in de Defter-app op de telefoon van een medeveroordeelde. Hoewel de app hogere bedragen vermeldde, achtte de rechtbank alleen de bewezenverklaarde bedragen als basis voor de berekening van het voordeel. De veroordeelde ontving een vergoeding van 0,3% over het vervoerde bedrag, wat resulteerde in een bruto voordeel van €98.604,87.
Na aftrek van aannemelijke kosten zoals een geldtelmachine, mobiele telefoon, abonnementen en brandstof, stelde de rechtbank het netto wederrechtelijk verkregen voordeel vast op €94.625,26. Verzoeken om verlaging van de betalingsverplichting op grond van billijkheid werden afgewezen. De rechtbank legde de veroordeelde de verplichting op dit bedrag aan de Staat te betalen en bepaalde een maximale gijzelingsduur van 1080 dagen bij niet-betaling.