ECLI:NL:RBOVE:2025:1289
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV over arbeidsongeschiktheid wegens onvoldoende motivering rustpauzes
Eiseres ontving sinds oktober 2021 een loongerelateerde WIA-uitkering met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 76,09%. Na een verzoek tot herbeoordeling in februari 2023 wijzigde het UWV dit percentage naar 71,75%. Eiseres maakte bezwaar tegen deze wijziging, dat werd afgewezen, waarna zij beroep instelde bij de rechtbank.
De rechtbank deed op 28 november 2024 een tussenuitspraak waarin het UWV werd opgedragen motiveringsgebreken te herstellen, met name over de noodzaak van rustpauzes waarbij eiseres liggend moet rusten. Het UWV overhandigde een aanvullende motivering waarin werd gesteld dat liggend rusten na twee uur actief zijn medisch niet noodzakelijk is, gebaseerd op een onderzoek uit september 2022.
De rechtbank oordeelt dat deze motivering onvoldoende is omdat zij onvoldoende rekening houdt met recenter behandelplan van een slaapoefentherapeut waarin liggend rusten van 10 tot 20 minuten na twee uur activiteit wordt aanbevolen. De rechtbank vernietigt daarom het besluit en draagt het UWV op een nieuwe beslissing te nemen, waarbij deze rustpauze wordt verwerkt in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) en een nieuwe arbeidskundige beoordeling plaatsvindt.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank het UWV tot vergoeding van het betaalde griffierecht en proceskosten van eiseres. De uitspraak is openbaar en partijen kunnen binnen zes weken hoger beroep instellen bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het UWV-besluit wordt vernietigd en het UWV moet een nieuwe beslissing nemen met aangepaste rustpauzes in de FML.