Uitspraak
RECHTBANK Overijssel
1.[eiser 1],
2.
[eiser 2],
1.De procedure
- de mondelinge behandeling van 28 februari 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt,
- de pleitnota van [gedaagde].
Rechtbank Overijssel
Eisers zijn eigenaar van een perceel met een winkelpand, bovenwoning en een losstaande schuur. De huurovereenkomst tussen partijen betreft volgens eisers alleen de bovenwoning, terwijl gedaagde de schuur ook in gebruik heeft sinds 2014 zonder daarvoor huur te betalen. Eisers vorderen ontruiming van de schuur omdat zij deze leeg en ontruimd moeten opleveren aan een derde koper.
Gedaagde stelt dat de schuur vanaf het begin deel uitmaakte van de huurovereenkomst en dat de huurprijs voor woning en schuur samen geldt. Er is geen getekende huurovereenkomst, en partijen verschillen van mening over de rechtsverhouding. Eisers hebben onvoldoende bewijs geleverd dat de schuur niet verhuurd is en dat gedaagde heeft toegezegd de schuur te ontruimen.
De voorzieningenrechter oordeelt dat in kort geding geen bewijslevering kan plaatsvinden om de huurovereenkomst vast te stellen. De vorderingen worden daarom afgewezen. Eisers worden veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De vordering tot ontruiming van de schuur wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.