Gefailleerde is in staat van faillissement verklaard en in verzekerde bewaring gesteld wegens het niet voldoen aan zijn informatieverplichtingen tegenover de curator. Gefailleerde verzocht om ontslag uit of schorsing van de bewaring, stellende dat hij volledig meewerkt en geen gronden meer zijn voor voortzetting.
De curator stelde echter dat gefailleerde stelselmatig onjuiste en onvolledige informatie verstrekt, waaronder het verzwijgen van verblijf op dure vakantieparken, het gebruik van bankpassen van derden en het exploiteren van websites voor medicijnverkoop met gegenereerde omzet. Uit onderzoek bleek dat gefailleerde beschikt over bankrekeningen en cryptoplatformen waarover hij geen volledige informatie verstrekt.
De rechter-commissaris en de rechtbank oordeelden dat de gronden voor de bewaring onverminderd aanwezig zijn. De proportionaliteitseis van het EVRM werd in het nadeel van gefailleerde beoordeeld, mede omdat hij niet proactief en naar waarheid informatie verstrekt. De rechtbank wees het verzoek tot ontslag of schorsing af en verlengde de bewaring met dertig dagen om de curator in staat te stellen verder onderzoek te doen en openheid van zaken te verkrijgen.
De rechtbank benadrukte dat gefailleerde ook tijdens bewaring in staat is om meer informatie te verstrekken en dat de curator bereid is gefailleerde te faciliteren bij het verstrekken van gegevens. De vrees van gefailleerde voor zijn veiligheid werd niet onderbouwd en kon de informatieplicht niet opheffen.