Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
wonende te [woonplaats 1],
wonende te [woonplaats 2],
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Overijssel
Partijen hadden een relatie en woonden samen in een woning die formeel op naam van partij B stond. Na het beëindigen van de relatie medio 2022 bleef partij A in de woning wonen tegen betaling van een vergoeding gelijk aan de hypotheekrente. De woning werd verkocht met overdracht gepland uiterlijk 1 mei 2025.
In januari 2025 ontstond een geschil over het vertrek van partij A, het laten taxeren van de woning en de vergoeding voor investeringen van partij A. Partij B liet toen de sloten vervangen, waardoor partij A geen toegang meer had. Partij A vorderde in kort geding terugkeer en ongestoord gebruik van de woning, terwijl partij B ontruiming eiste.
De kantonrechter oordeelde dat er geen huurovereenkomst was, maar een tijdelijk gebruiksrecht tot verkoop. Gezien de verkoop en belangen van partijen mocht partij A tot 15 april 2025 in de woning blijven om zijn goederen te verhuizen. De vorderingen werden deels toegewezen, met dwangsommen voor naleving. Proceskosten werden gecompenseerd omdat partijen deels in het gelijk werden gesteld.
Uitkomst: Partij A mag tot 15 april 2025 in de woning blijven wonen en partij B moet de sleutels overhandigen; daarna moet partij A de woning verlaten.