ECLI:NL:RBOVE:2025:1569

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
21 maart 2025
Publicatiedatum
21 maart 2025
Zaaknummer
AK_24_2805
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:12 AwbWet open overheid
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang na beslissing op Woo-verzoek

Eiser stelde beroep in tegen het niet tijdig beslissen op zijn verzoek om informatie op grond van de Wet open overheid (Woo) van 9 oktober 2023. Hij had verweerder bij brief van 18 mei 2024 in gebreke gesteld omdat er nog geen besluit was genomen. Op 8 juni 2024 werd het beroep ingesteld wegens het uitblijven van een beslissing.

Verweerder nam op 15 oktober 2024 alsnog een besluit op het Woo-verzoek. Tegen dat inhoudelijke besluit is al een ander beroep ingesteld (zaaknummer ZWO 24/1857). Hierdoor heeft eiser geen belang meer bij het beroep tegen het niet tijdig beslissen.

De rechtbank oordeelt dat het beroep niet-ontvankelijk is wegens het ontbreken van procesbelang. Wel wordt het door eiser betaalde griffierecht van €187,- vergoed omdat het beroep terecht was ingesteld. Verweerder erkende dit tijdens de zitting.

De uitspraak is gedaan door rechter A.T. de Kwaasteniet en griffier J.P. Fortuin op 21 maart 2025 te Zwolle. Eiser kan tegen deze uitspraak hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen zes weken na verzending.

Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen is niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang; griffierecht wordt vergoed.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL
Zittingsplaats Zwolle
Bestuursrecht
zaaknummer: ZWO 24/2805

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

mr. [eiser], uit [woonplaats], eiser

en

het dagelijks bestuur Omgevingsdienst IJsselland, verweerder

(gemachtigde: mr. M.J. Tunnissen).

Inleiding

1.1.
In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep dat eiser heeft ingesteld op 8 juni 2024, omdat verweerder volgens hem niet op tijd heeft beslist op zijn verzoek om informatie op grond van de Wet open overheid (Woo) van 9 oktober 2023.
1.2.
Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift van 27 juni 2024.
1.3.
De rechtbank heeft beroep op 20 februari 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser en de gemachtigde van verweerder.

Beoordeling door de rechtbank

2. Als een bestuursorgaan niet op tijd beslist op een aanvraag of bezwaarschrift, kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene per brief aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog beslist moet worden op zijn aanvraag of bezwaar (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na die twee weken nog steeds geen besluit is, dan kan de betrokkene beroep instellen. [1]
3. Eiser heeft verweerder bij brief van 18 mei 2024 in gebreke gesteld wegens het uitblijven van een besluit op zijn Woo-verzoek van 9 oktober 2023.
4. Op 8 juni 2024 heeft eiser beroep ingesteld wegens het niet tijdig beslissen op zijn Woo-verzoek.
5. Op 15 oktober 2024 heeft verweerder alsnog een besluit genomen op het Woo-verzoek van eiser van 9 oktober 2023. Het (inhoudelijke) beroep van eiser tegen dit besluit komt aan de orde in de zaak ZWO 24/1857.
6. Het beroep tegen het niet tijdig beslissen van eiser van 8 juni 2024 is gelet op het voorgaande niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van procesbelang.

Conclusie en gevolgen

7. Het beroep is niet-ontvankelijk. Eiser krijgt wel vergoeding van het door hem betaalde griffierecht, omdat hij terecht een beroep niet tijdig beslissen heeft ingesteld. Verweerder heeft dit ter zitting ook erkend.

Beslissing

De rechtbank
- verklaart het beroep niet-ontvankelijk;
- bepaalt dat verweerder het griffierecht van € 187,- aan eiser moet vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.T. de Kwaasteniet, rechter, in aanwezigheid van
mr. J.P. Fortuin, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak voor zover daarbij is beslist op het beroep, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Dit staat (onder andere) in artikel 6:12 van Pro de Awb.