ECLI:NL:RBOVE:2025:1571
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet tijdig beslissen op bezwaar
Eiser diende op 8 mei 2024 beroep in tegen het niet tijdig beslissen van verweerder op zijn bezwaar van 13 januari 2024. Verweerder had op 11 september 2024 alsnog een beslissing genomen op het bezwaar van 4 september 2023 en de aanvullende gronden van 9 oktober 2023. Eiser had tegen deze beslissing een afzonderlijk beroep ingesteld.
De rechtbank overweegt dat bezwaar maken tegen het niet tijdig beslissen niet mogelijk is volgens de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Het beroep van 8 mei 2024 is daarom niet-ontvankelijk. Ook het door verweerder doorgestuurde beroep van 13 januari 2024 wordt niet-ontvankelijk verklaard.
Omdat eiser al een inhoudelijk beroep heeft ingesteld tegen de beslissing op bezwaar, heeft hij geen belang meer bij het beroep tegen het niet tijdig beslissen. De rechtbank wijst het verzoek om een bestuurlijke dwangsom af en bepaalt dat verweerder het griffierecht van €187,- aan eiser moet vergoeden.
De uitspraak is gedaan door rechter A.T. de Kwaasteniet en griffier J.P. Fortuin op 21 maart 2025 te Zwolle.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op bezwaar is niet-ontvankelijk verklaard en het griffierecht wordt aan eiser vergoed.