ECLI:NL:RBOVE:2025:1590
Rechtbank Overijssel
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet gegrond tegen niet-ontvankelijkverklaring beroep op Woo-verzoek; vooronderzoek heropend
Opposant diende op 9 oktober 2023 een verzoek in op grond van de Wet open overheid (Woo) bij de Omgevingsdienst IJsselland. Na het uitblijven van een besluit stuurde opposant op 23 november 2023 een ingebrekestelling aan de directie van de Omgevingsdienst IJsselland, gevolgd door een formulier dwangsom op 13 januari 2024. Toen verweerder niet reageerde, stelde opposant op 2 februari 2024 beroep in bij de rechtbank wegens niet tijdig beslissen.
De rechtbank verklaarde het beroep op 28 juni 2024 niet-ontvankelijk omdat de ingebrekestelling niet aan het juiste bestuursorgaan was gericht en prematuur was ingediend. Opposant stelde verzet in tegen deze beslissing. De rechtbank oordeelt dat de ingebrekestelling wel aan het bevoegde bestuursorgaan was gericht, mede omdat de Omgevingsdienst IJsselland geen directie als bestuursorgaan kent en het Woo-verzoek eveneens aan de directie was gericht.
Verder acht de rechtbank de prematuriteit en onduidelijkheid van de ingebrekestelling van 23 november 2023 niet doorslaggevend, omdat op 13 januari 2024 een nieuwe ingebrekestelling werd gedaan toen de beslistermijn was verstreken. De rechtbank verklaart het verzet gegrond, vernietigt de eerdere niet-ontvankelijkverklaring en heropent het vooronderzoek. Verweerder heeft op 15 oktober 2024 alsnog een besluit genomen, waartegen het beroep nu wordt voortgezet. Verweerder moet het griffierecht van €187 aan opposant vergoeden.
Uitkomst: Het verzet is gegrond verklaard, de niet-ontvankelijkverklaring vernietigd en het vooronderzoek heropend.