Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De bewijsmotivering
- de (bekennende) verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 11 maart 2025;
- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] , pagina’s 6 en 7.
4.De strafbaarheid van het bewezen verklaarde
diefstal in een woning, door iemand die zich aldaar tegen de wil van de rechthebbende bevindt;
poging tot diefstal in een woning, door iemand die zich aldaar tegen de wil van de rechthebbende bevindt, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft of het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels;
poging tot diefstal in een woning, door iemand die zich aldaar tegen de wil van de rechthebbende bevindt, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft of het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels.
5.De strafbaarheid van verdachte
6.De op te leggen straf of maatregel
7.De schade van benadeelde
-rijbewijs);
-masterdebit portemonnee);
-nieuw slot);
-dag niet kunnen werken).
8.De toegepaste wettelijke voorschriften
9.De beslissing
diefstal in een woning, door iemand die zich aldaar tegen de wil van de rechthebbende bevindt;
poging tot diefstal in een woning, door iemand die zich aldaar tegen de wil van de rechthebbende bevindt, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft of het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels;
poging tot diefstal in een woning, door iemand die zich aldaar tegen de wil van de rechthebbende bevindt, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft of het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels;
gevangenisstrafvoor de duur van
12 (twaalf) maanden;
benadeelde partij [slachtoffer 1]toe tot een bedrag van
€ 120,11(bestaande uit materiële schade);
maatregelop dat verdachte verplicht is ter zake van het onder parketnummer 08-388305-24 bewezen verklaarde feit aan de Staat der Nederlanden, ten behoeve van de benadeelde, een bedrag te betalen van
€ 120,11(zegge: honderdtwintig euro en elf cent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 6 december 2024, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat
2 (twee) dagen gijzelingkan worden toegepast. Het toepassen van gijzeling ontslaat verdachte niet van zijn betalingsverplichting aan de Staat;
voor een deel van € 1.021,05 niet-ontvankelijkis in de vordering en dat de benadeelde partij de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.