ECLI:NL:RBOVE:2025:1635
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging kinderbijslag wegens ontbreken co-ouderschap volgens SVB
Eiser maakte bezwaar tegen het besluit van de Sociale Verzekeringsbank (SVB) om de kinderbijslag voor zijn dochter vanaf het vierde kwartaal van 2023 te beëindigen. De SVB baseerde dit besluit op het ontbreken van co-ouderschap, waarbij het kind niet gelijk verdeeld bij beide ouders verblijft. De rechtbank heeft het beroep behandeld en onderzocht of de SVB terecht het ouderschapsplan van 6 februari 2017 als uitgangspunt heeft genomen.
Tijdens het onderzoek bleek dat eiser het door de SVB gevraagde formulier niet had ingediend, ondanks zijn stelling dat dit wel was gebeurd. De rechtbank achtte het bewijs van eiser onvoldoende, mede door twijfel over de authenticiteit van later overgelegde fotokopieën en het ontbreken van eerdere indiening. De SVB heeft terecht het besluit gehandhaafd dat de kinderbijslag aan de moeder wordt toegekend.
De rechtbank concludeert dat er geen sprake is van co-ouderschap in de zin van de beleidsregels en wettelijke bepalingen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het besluit van de SVB blijft in stand. Eiser krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van eiser is ongegrond verklaard en het besluit van de SVB tot beëindiging van kinderbijslag blijft in stand.