Eiser heeft op 19 juli 2024 een melding gedaan bij het college van burgemeester en wethouders van Enschede voor een Wmo-voorziening. Eiser meent dat hij al op 1 juli 2024 een aanvraag had ingediend, maar juridisch wordt dit beschouwd als een melding, niet als een aanvraag. Volgens de wet kan een aanvraag pas worden ingediend nadat het college het onderzoek heeft afgerond of zes weken na de melding zijn verstreken.
De rechtbank stelt vast dat het college na de melding zes weken de tijd heeft om onderzoek te doen, waarna een aanvraag kan worden ingediend. De ingebrekestelling van eiser op 3 augustus 2024 was daarom te vroeg, omdat er op dat moment nog geen geldige aanvraag was gedaan. Hierdoor is de ingebrekestelling niet geldig en bestaat er geen grond voor het opleggen van een dwangsom aan het college.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, waardoor het college geen dwangsom hoeft te betalen. Eiser krijgt ook geen griffierecht of proceskostenvergoeding terug. Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om binnen zes weken hoger beroep in te stellen bij de Centrale Raad van Beroep.