AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Verwijdering Japanse duizendknoop en medewerking levering onroerende zaak
In deze kortgedingprocedure vorderden partijen A en B verschillende verplichtingen met betrekking tot een onroerende zaak en de aanwezigheid van de Japanse duizendknoop op het perceel. Partij A eiste dat partij B de invasieve plant zou verwijderen, terwijl partij B in reconventie medewerking van partij A aan de levering van het onroerend goed verlangde.
De rechtbank oordeelde dat partij B hoofdelijk en voor eigen rekening de Japanse duizendknoop binnen een gestelde termijn moest verwijderen, met een dwangsom bij niet-naleving. Tevens werd partij B veroordeeld tot betaling van proceskosten aan partij A. Aan de andere kant werd partij A veroordeeld om binnen zeven dagen volledige medewerking te verlenen aan de levering van het onroerend goed, waaronder het instrueren van de notaris en het tekenen van de transportakte tegen betaling van de koopsom, eveneens met een dwangsom bij niet-naleving.
Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het meer of anders gevorderde werd afgewezen. De rechtbank stelde tevens dat bij nalaten van partij A het vonnis in de plaats treedt van de vereiste medewerking en handtekening, conform artikel 3:300 lid 2 BWPro. De proceskosten werden verdeeld tussen partijen overeenkomstig hun vorderingen.
Uitkomst: Partij B moet de Japanse duizendknoop verwijderen en partij A moet medewerking verlenen aan de levering van de onroerende zaak.
Uitspraak
RECHTBANK Overijssel
Civiel recht
Zittingsplaats Almelo
Zaaknummer: C/08/329322 / KG ZA 25-30
Vonnis in kort geding van 26 maart 2025
in de zaak van
1.[partij A 1],
2. [partij A 2],
beiden wonende te [woonplaats 1],
eisende partijen in conventie, verwerende partijen in reconventie,
hierna samen te noemen: [partij A],
advocaten: mr. R.P.M. de Laat en mr. N. Rustenburg,
tegen
1.[partij B 1],
wonende te [woonplaats 2], 2. [partij B 2],
wonende te [woonplaats 3] (Duitsland),
gedaagde partijen in conventie, eisende partijen in reconventie,
hierna samen te noemen: [partij B],
advocaat: mr. A. Prascevic.
1.De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties van [partij A];
- de conclusie van eis in reconventie tevens houdende akte overlegging producties van [partij B];
- de akte indiening producties van [partij A] van 21 maart 2025; - de mondelinge behandeling van 24 maart 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt; - de pleitnota van mr. R.P.M. de Laat en mr. N. Rustenburg; - de pleitnota van mr. A. Prascevic.
1.2.
Het vonnis is bepaald op vandaag. De feiten en de motivering waarop de in dit vonnis te geven beslissing steunt, zullen afzonderlijk worden vastgesteld
in een op de kortst mogelijke termijn te wijzen vonnis.
2.De beslissing
De voorzieningenrechter
in conventie
2.1.
veroordeelt [partij B] hoofdelijk en ieder voor zich tot het voor eigen rekening en risico verwijderen van de Japanse duizendknoop, zodanig dat de plant geheel zal zijn verwijderd uit de onroerende zaak, staande en gelegen aan de [adres 1], en de werkzaamheden binnen drie maanden na betekening van dit vonnis aan te vangen en deze uiterlijk binnen zes maanden na aanvang af te ronden, onder overlegging van behoorlijk bewijs daarvan aan [partij A],
2.2.
veroordeelt [partij B] hoofdelijk en ieder voor zich tot betaling van een dwangsom van € 100,00 per dag met een maximum van € 25.000,00 aan [partij A] voor iedere dag dat [partij B] met de naleving van de onder 2.1. vermelde aanvangs- en afrondingstermijnen in gebreke blijven,
2.3.
veroordeelt [partij B] hoofdelijk en ieder voor zich in de proceskosten tot op heden aan de zijde van [partij A] begroot op € 1.751,97, te betalen binnen veertien dagen na dit vonnis, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening, indien [partij B] niet binnen genoemde termijn betalen en vervolgens betekening van het vonnis plaatsvindt,
2.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
2.5.
wijst het meer of anders gevorderde af,
in reconventie
2.6.
2.6. veroordeelt [partij A] om binnen zeven dagen na dit vonnis hun volledige medewerking te verlenen aan de levering van de onroerende zaak staande en gelegen aan de [adres 1], zulks conform de bepalingen van de tussen partijen op 18 september 2024 gesloten koopovereenkomst,
2.7.
2.7. veroordeelt [partij A] om binnen de genoemde termijn Notarispraktijk [bedrijf] ([adres 2]) te instrueren een transportakte onder gebruikelijke condities op te stellen en beveelt [partij A] de transportakte te ondertekenen tegen betaling van de overeengekomen koopsom,
2.8.
veroordeelt [partij A] om aan [partij B] een dwangsom te betalen van € 2.000,00 voor iedere dag of gedeelte daarvan dat zij na betekening van het vonnis in gebreke blijven met de naleving van de veroordelingen onder 2.6. en 2.7, met een maximum van € 40.000,00,
2.9.
2.9. bepaalt dat, indien [partij A] nalaten aan de veroordelingen onder 2.6. en 2.7. te voldoen, dit vonnis in de plaats zal treden van de voor de levering vereiste medewerking en handtekening van [partij A], een en ander overeenkomstig artikel 3:300 lid 2 BWPro,
2.10.
veroordeelt [partij A] in de proceskosten tot op heden aan de zijde van [partij B] begroot op € 731,50, te betalen binnen veertien dagen na de betekening van dit vonnis, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening en te vermeerderen met wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BWPro over deze bedragen vanaf de vijftiende dag na de betekening tot de dag van volledige betaling,
2.11.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
2.12.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. W.W. van Tol en in het openbaar uitgesproken op 26 maart 2025.