Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De bewijsmotivering
5.De strafbaarheid van het bewezen verklaarde
opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 aanhef Pro en onder C van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;
opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 aanhef Pro en onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;
een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet, voorbereiden, door voorwerpen, stoffen en gelden voorhanden te hebben, waarvan hij weet dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit.
6.De strafbaarheid van verdachte
7.De op te leggen straf of maatregel
8.De in beslag genomen voorwerpen
9.De vordering tenuitvoerlegging (met parketnummer 21.002186-22)
10.De toegepaste wettelijke voorschriften
11.De beslissing
opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 aanhef Pro en onder C van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;
opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 aanhef Pro en onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd,
een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet, voorbereiden, door voorwerpen, stoffen en gelden voorhanden te hebben, waarvan hij weet dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit.
plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders voor de duur van twee (2) jaren;
verklaart verbeurdhet in beslag genomen geldbedrag van
€ 3.250,--
wijstde vordering
af.