Uitspraak
1.[eiser 1],
2.
[eiser 2],
1.[gedaagde 1],
2.
[gedaagde 2],
1.De procedure
- de conclusie van antwoord in de hoofdzaak en in het incident van 16 januari 2025;
- de akte vermindering van eis van 10 februari 2025,
Rechtbank Overijssel
De zaak betreft een geschil over de vastlegging van een mondelinge pachtovereenkomst tussen eiser en gedaagde met betrekking tot meerdere percelen grasland. De percelen zijn sinds 2000 in gebruik van gedaagde, die hiervoor jaarlijks een vergoeding van €182,00 betaalt. Na vermindering van eis hebben partijen overeenstemming bereikt over het bestaan van een reguliere pachtovereenkomst voor onbepaalde tijd.
De rechtbank oordeelt dat de pachtkamer de mondelinge afspraken tussen partijen met toepassing van artikel 7:317 BW Pro schriftelijk dient vast te leggen. De vordering van eiser komt niet onrechtmatig of ongegrond voor, mede doordat partijen het eens zijn over de inhoud van de overeenkomst en de pachtprijs.
De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard en de schriftelijke vastlegging van de pachtovereenkomst wordt opgelegd, ingaande per 1 mei 2000.
Uitkomst: De rechtbank legt de mondelinge pachtovereenkomst schriftelijk vast en compenseert de proceskosten.