Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
“Tegenpartij remde voor een vos. Verzekerde zag dit te laat en reed achterop de tegenpartij. Tegenpartij heeft last van hoofd- en spierpijn. Verzekerde is aansprakelijk.”
4.De strafbaarheid van het bewezen verklaarde
medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd;
medeplegen van oplichting;
medeplegen van opzettelijk gebruik maken van een vals of vervalst geschrift, als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst, meermalen gepleegd;
medeplegen van valsheid in geschrift, meermalen gepleegd;
medeplegen van valsheid in geschrift.
5.De strafbaarheid van verdachte
6.De op te leggen straf of maatregel
7.De schade van benadeelden
8.De toegepaste wettelijke voorschriften
9.De beslissing
medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd;
medeplegen van oplichting;
medeplegen van opzettelijk gebruik maken van een vals of vervalst geschrift, als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst, meermalen gepleegd;
medeplegen van valsheid in geschrift, meermalen gepleegd;
medeplegen van valsheid in geschrift.
gevangenisstrafvoor de duur van
1 (een) jaar;
in zijn geheel niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien de verdachte voor het einde van de
proeftijd van 3 (drie) jarende navolgende algemene voorwaarde niet is nagekomen:
algemene voorwaardedat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid voor de duur van
240 (tweehonderdveertig) uren;
vervangende hechteniszal worden toegepast voor de duur van
120 (honderdtwintig) dagen;
niet-ontvankelijkis in de vordering, en dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;
[bedrijf 14] NVin het geheel
niet-ontvankelijkis in de vordering, en dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;
[bedrijf 13]in het geheel
niet-ontvankelijkis in de vordering, en dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;
wijstde vordering van de benadeelde partij [bedrijf 2]
toetot een bedrag van € 349.183,42 ( bestaande uit materiële schade );