Uitspraak
1.MEESTERWERK B.V.,
2.
[gedaagde],
1.Inleiding en samenvatting
2.De procedure
- de conclusie van antwoord met producties 1 tot en met 7,
- de mondelinge behandeling van 6 februari 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt,
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Overijssel
Eiseres verhuurde een bedrijfsruimte aan Meesterwerk en gedaagde van april 2014 tot maart 2019. Na beëindiging van de huurovereenkomst vorderde eiseres betaling van achterstallige huur, huurprijsverhoging en herstelkosten van gebreken aan het gehuurde.
Meesterwerk en gedaagde stelden dat de vorderingen verjaard waren en dat zij niet verplicht waren de gebreken te herstellen. De kantonrechter oordeelde dat de vorderingen inderdaad verjaard waren, omdat de verjaringstermijnen van vijf jaar waren verstreken vóór dagvaarding. De brief van 19 augustus 2019 van Credias was geen geldige stuiting van de verjaring.
Daarnaast kon niet worden vastgesteld dat de gebreken bij het einde van de huur aanwezig waren, vanwege het ontbreken van een inspectierapport. Daarom was geen aansprakelijkheid voor herstelkosten. De vorderingen werden afgewezen en eiseres werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vorderingen van de verhuurder worden afgewezen wegens verjaring; zij wordt veroordeeld in de proceskosten.