Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De bewijsmotivering
5.De op te leggen straf of maatregel
Ten aanzien van het psychosociaal functioneren zijn er zorgen. Verdachte lijkt te kampen met opgekropte emoties naar aanleiding van de oplichting door de broer van [slachtoffer 1] . Verdachte voelt zich machteloos en bedrogen. Er zijn geen signalen van vijandigheid of wraakgevoelens gezien. Er zijn naast de huidige verdenking geen signalen dat verdachte zijn woede niet kan beheersen of weinig zelfcontrole heeft. Verdachte kampt met schuldgevoelens jegens zijn ouders die, zonder dat zij het wisten, geld zijn kwijtgeraakt. Verdachte is tevens, sinds onderhavig delict, angstig. Geadviseerd is om via de huisarts een praktijkondersteuner te consulteren om een inschatting te maken of en welke hulpverlening in een vrijwillig kader geïndiceerd is. Het risico op recidive en letselschade wordt ingeschat als laag. Om deze reden is het opleggen van interventies of toezicht vanuit de reclassering niet geïndiceerd. Geadviseerd wordt een straf zonder bijzondere voorwaarden. Een gevangenisstraf kan een negatieve impact hebben. Verdachte is in staat tot het uitvoeren van een taakstraf. Een geldboete kan een negatieve impact hebben in verband met een studieschuld.
6.De schade van benadeelde
7.De toegepaste wettelijke voorschriften
8.De beslissing
gevangenisstrafvoor de duur van
62 (tweeënzestig) dagen;
60 (zestig) dagen niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien de verdachte voor het einde van de
proeftijd van 3 (drie) jarende navolgende algemene voorwaarde niet is nagekomen:
algemene voorwaardedat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid voor de duur van
150 (honderdvijftig) uren;
vervangende hechteniszal worden toegepast voor de duur van
75 (vijfenzeventig) dagen;
maatregelop dat de verdachte verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 5.427,91 (zegge: vijfduizend vierhonderdzevenentwintig euro en eenennegentig eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 6 december 2023 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 62 dagen kan worden toegepast, een en ander voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;