ECLI:NL:RBOVE:2025:2275

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
2 april 2025
Publicatiedatum
14 april 2025
Zaaknummer
C/08/329555 / HA ZA 25-68
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Verstek
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 139 RvArt. 6:119 BWArt. 6:119a BWArt. 706 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing vorderingen curator wegens onrechtmatige onttrekkingen aan faillissementsvermogen

De curator in het faillissement van Ginza B.V. vordert dat de gedaagden worden veroordeeld tot betaling van respectievelijk € 593.400,00 en € 512.390,00 wegens onrechtmatige onttrekkingen aan het vermogen van de gefailleerde vennootschap. De gedaagden zijn niet verschenen, waardoor verstek is verleend. De rechtbank toetst de vorderingen aan artikel 139 Rv Pro en acht deze toewijsbaar aangezien de feiten niet zijn weersproken.

De gevorderde handelsrente wordt afgewezen omdat geen handelsovereenkomst is gesteld, maar de wettelijke rente op grond van artikel 6:119 BW Pro wordt toegewezen. Daarnaast worden beslagkosten deels toegewezen aan één gedaagde, terwijl de andere niet in aanmerking komt wegens het ontbreken van stukken. De proceskosten worden volledig aan de gedaagden opgelegd.

De veroordelingen worden deels hoofdelijk uitgesproken, wat betekent dat elke veroordeelde het gehele bedrag kan worden aangesproken. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en bevat een oproep tot verzet binnen een korte termijn door een advocaat. De uitspraak is gedaan door rechter A.M. van Diggele op 2 april 2025.

Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de gedaagden tot betaling van de onrechtmatige onttrekkingen, wettelijke rente, incassokosten, beslagkosten en proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK Overijssel

Civiel recht
Zittingsplaats Almelo
Zaaknummer: C/08/329555 / HA ZA 25-68
Vonnis van 2 april 2025
in de zaak van
HENDRIE AARNINK Q.Q.,
in hoedanigheid van curator in het faillissement van Ginza B.V.,
te Winterswijk,
eisende partij,
hierna te noemen: Aarnink q.q.,
advocaat: mr. E.H. Geertman,
tegen

1.[gedaagde 1] B.V.,

te [vestigingsplaats] ,
2.
[gedaagde 2],
te [woonplaats] ,
gedaagde partijen,
hierna samen te noemen: [gedaagde 1] en [gedaagde 2] ,
niet verschenen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 17 februari 2025 met producties 1 – 41,
- de nader ingekomen producties (beslagstukken) van Aarnink q.q.,
- het tegen [gedaagde 1] en [gedaagde 2] verleende verstek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De beoordeling

2.1.
Aarnink q.q. heeft gevorderd zoals is vermeld in de dagvaarding waarmee deze procedure is ingeleid. Kort samengevat houdt de vordering in dat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] worden veroordeeld tot betaling van respectievelijk € 593.400,00 en € 512.390,00 vanwege onrechtmatige onttrekkingen aan het vermogen van Ginza.
2.2.
Tegen [gedaagde 1] en [gedaagde 2] is verstek verleend, omdat zij niet zijn verschenen in de procedure. In dat geval wijst de rechter een tegen de gedaagde ingestelde vordering toe, tenzij de vordering haar onrechtmatig of ongegrond voorkomt (artikel 139 Rv Pro). De door Aarnink q.q. ingestelde vorderingen en de daaraan ten grondslag gelegde feiten en omstandigheden zijn door [gedaagde 1] en [gedaagde 2] niet weersproken. De rechtbank beoordeelt de vorderingen van Aarnink q.q. gelet op voornoemd kader toewijsbaar, met uitzondering van het volgende.
2.3.
Aarnink q.q. vordert betaling van de hoofdsom van € 593.400,00 van [gedaagde 1] vermeerderd met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW. Niet gesteld of gebleken is dat sprake is van een handelsovereenkomst in de zin van artikel 6:119a BW, zodat de gevorderde handelsrente niet toewijsbaar is. In plaats daarvan zal de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro worden toegewezen.
[gedaagde 1] en [gedaagde 2] moeten de beslagkosten betalen
2.4.
Aarnink q.q. vordert dat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] worden veroordeeld tot betaling van de beslagkosten. Deze vordering is gelet op het bepaalde in artikel 706 Rv Pro deels toewijsbaar. De stukken van overbetekening aan [gedaagde 1] zijn niet overgelegd, zodat deze beslagkosten niet voor vergoeding in aanmerking komen. De beslagkosten die [gedaagde 2] moet betalen, worden vastgesteld op € 1.638,45 voor kosten deurwaarderskosten en € 331,00 voor griffierecht, totaal € 1.969,45.
2.5.
[gedaagde 1] en [gedaagde 2] zijn grotendeels in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Aarnink q.q. worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
144,47
- griffierecht
2.392,00
- salaris advocaat
4.357,00
(1 punt × € 4.357,00)
- nakosten
178,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
7.071,47
2.6.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
2.7.
De veroordeling wordt (deels) hoofdelijk uitgesproken. Dit betekent dat iedere veroordeelde kan worden gedwongen het hele bedrag te betalen. Als de één (een deel) betaalt, hoeft de ander dat (deel van het) bedrag niet meer te betalen.

3.De beslissing

De rechtbank
3.1.
veroordeelt [gedaagde 1] om in het faillissement van Ginza aan de curator een bedrag van € 593.400,00 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro, over de van de bankrekening van Ginza naar de bankrekening van [gedaagde 1] afgeschreven bedragen, telkens te rekenen vanaf de data van de afzonderlijke afschrijvingen van de betreffende bedragen van de bankrekening van Ginza naar de bankrekening van [gedaagde 1] , zoals uit Productie 22 van de dagvaarding volgt, tot aan de dag van volledige betaling,
3.2.
veroordeelt [gedaagde 2] om in het faillissement van Ginza aan de curator een bedrag van € 512.390,00 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro, over de van de bankrekening van Ginza naar de bankrekening van [gedaagde 2] afgeschreven bedragen, telkens te rekenen vanaf de data van de afzonderlijke afschrijvingen van de betreffende bedragen van de bankrekening van Ginza naar de bankrekening van [gedaagde 2] , zoals uit Productie 23 van de dagvaarding volgt, tot aan de dag van volledige betaling,
3.3.
veroordeelt [gedaagde 1] tot het betalen van € 4.472,00 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro vanaf de dag van dagvaarding tot aan de dag van volledige betaling,
3.4.
veroordeelt [gedaagde 2] tot het betalen van € 4.336,95 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro vanaf de dag van dagvaarding tot aan de dag van volledige betaling,
3.5.
veroordeelt [gedaagde 2] tot het betalen van € 1.969,45 aan beslagkosten, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro vanaf 10 februari 2025 tot aan de dag van volledige betaling,
3.6.
veroordeelt [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hoofdelijk in de proceskosten van € 7.071,47, te betalen binnen veertien dagen na dit vonnis, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als [gedaagde 1] en [gedaagde 2] niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend,
3.7.
veroordeelt [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hoofdelijk tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na dit vonnis zijn betaald,
3.8.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
3.9.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. drs. A.M. van Diggele en in het openbaar uitgesproken op 2 april 2025.
Als bij dit vonnis een vordering tegen u is toegewezen, kunt u bij de rechtbank daartegen in verzet komen. Het verzet moet namens u door een advocaat worden ingesteld. Voor het instellen van dit rechtsmiddel geldt slechts een korte termijn. Als u in verzet wilt komen, dient u zich dus zo spoedig mogelijk tot een advocaat te wenden.Mocht u op grond van onvoldoende financiële draagkracht niet in staat zijn de kosten daarvan te dragen, dan kunt u wellicht aanspraak maken op toevoeging van een bij de raad voor rechtsbijstand ingeschreven advocaat. Inlichtingen daarover zijn te verkrijgen bij het Juridisch Loket.