Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
het college van burgemeester en wethouders van Tubbergen, verweerder
derde-partijneemt aan de procedure deel: de gemeente Tubbergen (vergunninghouder).
Rechtbank Overijssel
Verzoekers maakten bezwaar tegen de omgevingsvergunning voor de aanleg van openbare verlichting langs verschillende wegen in Albergen en vroegen om een voorlopige voorziening om onomkeerbare veranderingen te voorkomen. De voorzieningenrechter beoordeelde dat het bezwaar zich richtte op het gebruik van de verlichting, terwijl de vergunning alleen betrekking heeft op het graven tot 30 cm diepte voor het plaatsen van lichtmasten.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de meeste bezwaren van verzoekers, zoals de effecten op flora en fauna, verkeersveiligheid en privacy, niet relevant zijn voor de vergunningverlening omdat deze aspecten niet vergunningplichtig zijn. Daarnaast werd het bezwaar tegen het graven binnen de kwetsbare boomgrens verworpen omdat dit niet onder de vergunningplicht valt en het college voldoende maatregelen heeft genomen om schade te voorkomen.
Gelet op het spoedeisend belang van verzoekers en het feit dat de werkzaamheden reeds zijn gestart, werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. De vergunninghouder mag de werkzaamheden voortzetten. Er is geen aanleiding voor vergoeding van kosten en tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de omgevingsvergunning voor graafwerkzaamheden wordt afgewezen en de werkzaamheden mogen worden voortgezet.