Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.Preliminair verweer
4.De beslissing
dagvaarding nietig.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Overijssel
De rechtbank Overijssel heeft op 1 april 2025 uitspraak gedaan in een strafzaak betreffende mensensmokkel. Verdachte werd ten laste gelegd dat hij tussen november 2021 en september 2023 betrokken was bij het behulpzaam zijn bij het verschaffen van verblijf en/of toegang en doorgang aan meerdere personen, waaronder minderjarigen van vermoedelijk Jemenitische afkomst.
De verdediging voerde een preliminair verweer en stelde dat de dagvaarding nietig verklaard moest worden omdat de tenlastelegging niet voldeed aan de wettelijke eisen. De dagvaarding bevatte namelijk twee varianten van mensensmokkel die allebei gedeeltelijk waren opgenomen, wat leidde tot innerlijke tegenstrijdigheid en onduidelijkheid over de feitelijke gedragingen die verdachte werden verweten. Subsidiair werd ook partiële nietigheid gevorderd vanwege onvoldoende specificatie van de betrokken onbekende personen.
De officier van justitie verwierp het primaire verweer, maar stemde in met de partiële nietigheid ten aanzien van de onbekende personen. De rechtbank oordeelde dat de dagvaarding innerlijk tegenstrijdig was doordat zowel het uit winstbejag verschaffen van verblijf als het verschaffen van toegang of doorreis waren opgenomen, terwijl de officier van justitie geen bewezenverklaring van winstbejag nastreefde. Hierdoor ontstond verwarring over de variant(en) waarop de tenlastelegging betrekking had, wat de verdediging ernstig bemoeilijkte.
De rechtbank verklaarde daarom de dagvaarding nietig en kon de zaak niet inhoudelijk behandelen. Het vonnis werd uitgesproken door de meervoudige kamer te Zwolle, in aanwezigheid van verdachte, zijn raadsvrouw en de officier van justitie.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de dagvaarding nietig wegens innerlijke tegenstrijdigheid in de tenlastelegging.