Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.Preliminair verweer
4.De beslissing
dagvaarding nietig.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Overijssel
De rechtbank Overijssel behandelde op 1 april 2025 een zaak waarin verdachte werd beschuldigd van mensensmokkel. De tenlastelegging bevatte twee varianten van mensensmokkel: het uit winstbejag verschaffen van verblijf en het verschaffen van toegang of doorreis. Deze twee varianten waren gedeeltelijk gecombineerd in één tenlastelegging, wat leidde tot innerlijke tegenstrijdigheid.
De verdediging voerde een preliminair verweer dat de dagvaarding nietig verklaard moest worden omdat de tenlastelegging niet duidelijk en begrijpelijk was en niet voldeed aan artikel 261 lid 1 Wetboek Pro van Strafvordering. De officier van justitie stelde dat de zaak inhoudelijk behandeld kon worden, maar erkende de partiële nietigheid van het onderdeel met betrekking tot onbekende gesmokkelde personen.
De rechtbank oordeelde dat de dagvaarding onvoldoende duidelijkheid bood over welke variant van mensensmokkel verdachte werd verweten. Dit leidde tot verwarring en bemoeilijkte een goede verdediging. Daarom werd de dagvaarding nietig verklaard en kon de zaak niet inhoudelijk worden behandeld.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de dagvaarding nietig wegens innerlijke tegenstrijdigheid in de tenlastelegging mensensmokkel.