De veroordeelde is bij onherroepelijk vonnis van 30 juni 2023 veroordeeld tot 32 maanden gevangenisstraf en een gedragsbeïnvloedende maatregel (GVM) wegens poging tot verkrachting, poging tot opzettelijke wederrechtelijke vrijheidsberoving en verduistering. De gevangenisstraf eindigt op 22 april 2025. Het Openbaar Ministerie heeft op 21 maart 2025 een vordering ingediend tot verlenging van de maatregel voor twee jaar, met voorwaarden geadviseerd door de reclassering.
Tijdens de openbare terechtzitting van 1 april 2025 zijn de officier van justitie, de veroordeelde, zijn raadsman en een reclasseringsdeskundige gehoord. De reclassering rapporteerde een onverminderd hoog recidiverisico vanwege een langdurige persoonlijkheidsstoornis met antisociale en narcistische trekken, middelenmisbruik en een gebrek aan motivatie voor behandeling. Pogingen tot plaatsing in beschermde woonvormen en behandeling zijn niet geslaagd.
De rechtbank oordeelt dat het risico op herhaling van ernstige delicten hoog blijft en dat behandeling noodzakelijk is. De vordering tot tenuitvoerlegging van de maatregel wordt toegewezen voor twee jaar met voorwaarden zoals meldplicht, ambulante behandeling, drugsverbod en toezicht door de reclassering. De gevorderde contactverboden worden niet opgelegd wegens onvoldoende onderbouwing. Vervangende hechtenis wordt opgelegd voor niet-naleving van de maatregel.