ECLI:NL:RBOVE:2025:2402
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging bijstandsuitkering wegens niet vestigen hypotheek en voortzetten bedrijfsactiviteiten
Eiser had op 21 december 2023 een bijstandsuitkering aangevraagd die per 1 juli 2024 werd ingetrokken door het college van burgemeester en wethouders van Zwolle. De beëindiging was gebaseerd op het niet vestigen van een krediethypotheek op zijn woning als zekerheid voor de uitkering en het voortzetten van zijn bedrijfsactiviteiten.
Eiser betoogde dat het college onvolledige en foutieve informatie gebruikte bij de beoordeling van zijn aanvraag en verwees naar eerdere besluiten omtrent een leningaanvraag voor bedrijfskapitaal. De rechtbank oordeelde echter dat het beroep zich uitsluitend richt op de beëindiging van de bijstand en niet op eerdere besluiten die definitief zijn geworden.
De rechtbank stelde vast dat eiser niet bereid was de hypotheek te vestigen en zijn bedrijf te beëindigen, terwijl dit voorwaarden waren voor het verstrekken van de uitkering. Hoewel de beëindiging wegens het voortzetten van de bedrijfsactiviteiten niet deugdelijk was gemotiveerd, was de beëindiging op grond van het niet nakomen van de hypotheekvoorwaarde terecht.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en bevestigde zij het besluit van het college om de bijstandsuitkering per 1 juli 2024 te beëindigen. Eiser krijgt geen vergoeding van het griffierecht.
Uitkomst: De bijstandsuitkering is terecht per 1 juli 2024 beëindigd wegens het niet vestigen van een hypotheek en het niet voldoen aan de voorwaarden.