Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De bewijsmotivering
- het voorhanden hebben van een contant geldbedrag van 5.710,00 euro,
- het voorhanden hebben van onder meer
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
om een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen, voorwerpen, stoffen en gelden voorhanden hebben, waarvan hij weet dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit;
medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie II, onderdeel 2º;
medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie II.
5.De strafbaarheid van verdachte
6.De op te leggen straf of maatregel
7.De vorderingen tenuitvoerlegging
8.De toegepaste wettelijke voorschriften
9.De beslissing
gevangenisstrafvoor de duur van
24 (vierentwintig) maanden;
tenuitvoerleggingvan de bij vonnis van de politierechter van 22 november 2022 voorwaardelijk opgelegde
gevangenisstrafvoor de duur van
90 (negentig) dagen(08-031795-22);
tenuitvoerleggingvan de bij vonnis van de politierechter van 7 juli 2023 voorwaardelijk opgelegde
gevangenisstrafvoor de duur van
4(
vier) weken(96-158954-22).