ECLI:NL:RBOVE:2025:2433
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling arbeidsongeschiktheid en wijziging WAO-uitkering per 2 april 2023
Eiser ontvangt sinds 1999 een WAO-uitkering en heeft zich in maart 2020 ziek gemeld. Het UWV stelde aanvankelijk een arbeidsongeschiktheid van 80-100% vast op basis van een voorschot, waarna in januari 2023 een beoordeling leidde tot een vaststelling van 48,23%. Dit werd in februari 2023 gewijzigd naar 45-55% en later in augustus 2024 naar 52,01%. Eiser maakte bezwaar tegen deze besluiten en stelde dat onvoldoende rekening was gehouden met zijn ernstige slaapapneu, rugklachten, medicatiegebruik en ongeschiktheid voor de voorbeeldfuncties.
Tijdens de zitting bleek dat eisers gezondheidssituatie na 2 april 2023 verslechterd was door een herseninfarct, maar de rechtbank benadrukte dat de beoordeling zich beperkt tot de situatie per 2 april 2023. De verzekeringsarts en arbeidsdeskundige van het UWV hadden de beperkingen en voorbeeldfuncties zorgvuldig en navolgbaar vastgesteld op basis van medische gegevens en functionele mogelijkhedenlijsten. De rechtbank vond de rapporten zorgvuldig en voldoende gemotiveerd en verwierp de bezwaren van eiser.
De rechtbank concludeerde dat het UWV de mate van arbeidsongeschiktheid terecht had vastgesteld op 52,01% per 2 april 2023. Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard, zonder terugbetaling van griffierecht of vergoeding van proceskosten. De uitspraak werd gedaan door rechter A.T. de Kwaasteniet op 17 april 2025 te Zwolle.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de vaststelling van 52,01% arbeidsongeschiktheid per 2 april 2023.