Verzoeker heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen mr. B.T.C. Jordaans, rechter-commissaris in een strafzaak over een in beslag genomen hond na een bijtincident. Het verzoek betrof de afwijzing van een gedragskundig tegenonderzoek en het niet toevoegen van videobeelden aan het dossier.
De wrakingskamer oordeelt dat het wrakingsverzoek tijdig is ingediend, gericht op de beslissing van 20 februari 2025. De kamer benadrukt dat procesbeslissingen, ook als zij onjuist of onvoldoende gemotiveerd zijn, geen grond voor wraking kunnen vormen tenzij sprake is van objectieve aanwijzingen van vooringenomenheid.
De motivering van mr. Jordaans dat er geen nieuwe feiten waren om het tegenonderzoek te heroverwegen, wordt als voldoende en niet partijdig beoordeeld. Er is geen sprake van vooringenomenheid of schending van het onpartijdigheidsbeginsel. Het wrakingsverzoek wordt daarom ongegrond verklaard.