Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De overwegingen van de rechtbank
De B.V.’s
De bedrijfsvoering
Rechtbank Overijssel
De rechtbank Overijssel behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van medeplegen van valsheid in geschrift, belastingfraude, witwassen en deelname aan een criminele organisatie. Het onderzoek vond plaats tijdens meerdere zittingen in maart en april 2025. De officier van justitie vorderde vrijspraak voor het valsheid in geschrift, maar eiste bewezenverklaring voor de overige feiten. De verdediging verzocht om vrijspraak voor alle feiten.
De rechtbank analyseerde uitgebreid de organisatie en werkwijze van de betrokken bedrijven en monteurs, waarbij bleek dat de administratie en bankzaken grotendeels werden beheerd door anderen binnen de organisatie. De rechtbank concludeerde dat verdachte geen wetenschap had van de onjuiste belastingaangiften en het witwassen van gelden, mede doordat verdachte geen inzage had in de administratie en zijn bankpassen en DigiD-gegevens aan anderen had overgedragen.
Ook het oogmerk van de organisatie om misdrijven te plegen werd niet bewezen voor verdachte, ondanks de gestructureerde bedrijfsvoering en hoge omzet. De rechtbank achtte de meldingen en aangiften van oplichting onvoldoende om het bestaan van een criminele organisatie met dat oogmerk aan te tonen.
De rechtbank sprak verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten wegens gebrek aan bewijs van schuld en wetenschap. Tevens werden aan verdachte toebehorende inbeslaggenomen voorwerpen teruggegeven omdat deze niet vatbaar waren voor verbeurdverklaring. De uitspraak werd gewezen door drie rechters en uitgesproken op 28 april 2025.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van alle tenlastegelegde feiten wegens onvoldoende bewijs van wetenschap en betrokkenheid.