Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
feit 1 en feit 2)en uitkeringsfraude heeft gepleegd (
feit 3);
3.De bewijsmotivering
rondde duizend euro, maar dit past in haar wijze van aanvankelijk ontkennen en vervolgens niet meer toegeven dan waarvan zij op dat moment denkt dat bewijsbaar is. De rechtbank heeft bovendien geen reden te twijfelen aan de betrouwbaarheid van de verklaring van aangever over een gestolen bedrag van
minstenstweeduizend euro. Als schoonmaakster had verdachte bovendien geen enkele goede reden om in een washandje achterin een kast met lingerie en in een brillenhoesje in een vaas te neuzen.
,niet wettig en overtuigend bewezen te verklaren. Op basis van het dossier is er onvoldoende bewijs dat verdachte zich de toegang tot de woningen van de aangevers heeft verschaft door middel van een valse sleutel en dat zich daar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond.
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van verdachte
6.De op te leggen straf of maatregel
7.De schade van benadeelden
Materiële schade
Proceskosten
Materiële schade
Proceskosten
Immateriële schade
Materiële schade
Immateriële schade
8.De toegepaste wettelijke voorschriften
9.De beslissing
gevangenisstrafvoor de duur van
6 (zes) maanden;
- bepaalt dat de benadeelde partij voor een deel van € 1.000,- niet-ontvankelijk is in de vordering, en dat de benadeelde partij de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;
- bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder de eigen kosten dragen;
maatregelop dat de verdachte verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 725,--, (zegge: zevenhonderdvijfentwintig euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 25 maart 2023 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 14 (veertien) dagen kan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;
maatregelop dat de verdachte verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 2.640,--, (zegge: tweeduizendzeshonderdveertig euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 25 maart 2023 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 36 (zesendertig) dagen kan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;
maatregelop dat de verdachte verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 350,--, (zegge: driehonderdvijftig euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 15 februari 2023 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 7 (zeven) dagen kan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;
maatregelop dat de verdachte verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 9.540,--, (zegge: negenduizend vijfhonderdveertig euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 7 april 2023 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 82 (tweeëntachtig) dagen kan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;
maatregelop dat de verdachte verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 50,--, (zegge: vijftig euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 7 april 2023 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 1 (één) dag kan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;
maatregelop dat de verdachte verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 1.735,-- (zegge: duizend zevenhonderdvijfendertig euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 21 september 2022 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 27 (zevenentwintig) dagen kan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;
maatregelop dat de verdachte verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 640,-- (zegge: zeshonderdveertig euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 29 maart 2023 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 12 (twaalf) dagen kan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;
maatregelop dat de verdachte verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 1.000,-- (zegge: duizend euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 19 december 2023 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 20 (twintig) dagen kan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;
Feit 1. [slachtoffer 2]
Feit 1.
[slachtoffer 10]
Feit 2. [slachtoffer 8]
Feit 2. [aangever 1]
Feit 2. [slachtoffer 9]