ECLI:NL:RBOVE:2025:2638
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken bewijs seksuele aanranding kind
De rechtbank Overijssel behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van het verrichten van een seksuele handeling op een dertienjarig meisje. De tenlastelegging betrof het vegen met de hand over de borsten van het slachtoffer, vergezeld van dwang.
Tijdens de zitting verklaarde verdachte dat hij uit een reflex hand uitstak omdat hij dacht dat het meisje haar telefoon liet vallen, en dat een aanraking mogelijk was maar niet met seksuele intentie. De officier van justitie steunde zich op de aangifte van het slachtoffer en de verklaringen van twee getuigen.
De rechtbank stelde vast dat verdachte inderdaad het slachtoffer heeft aangeraakt, maar vond op basis van de context en de consistente verklaring van verdachte onvoldoende overtuigend bewijs dat dit een seksuele handeling was. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van het ten laste gelegde feit.
De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer en in het openbaar uitgesproken op 29 april 2025.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs dat de aanraking een seksuele handeling betrof.