Uitspraak
1.De procedure
- de conclusie van antwoord,
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald,
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Overijssel
Eiser vorderde dat gedaagde werd veroordeeld tot betaling van een bedrag dat voortvloeit uit een verklaring over loonbeslag. Gedaagde was gestopt met betalingen aan de deurwaarder, waarop eiser een vervangende schadevergoeding en nakoming vorderde. De procedure speelde zich af bij de kantonrechter van de rechtbank Overijssel.
De rechtbank stelde vast dat de inhoud van de verklaring niet ter discussie stond en dat gedaagde in beginsel gehouden is de verschuldigde geldsommen af te dragen. Echter, eiser heeft niet duidelijk gemaakt welke bedragen opeisbaar zijn geworden, terwijl dit noodzakelijk is voor een veroordeling tot nakoming op grond van artikel 477a lid 4 Rv. De vordering tot vervangende schadevergoeding werd afgewezen omdat deze niet toepasselijk is op het loonbeslag.
Ook het verweer van gedaagde dat zij niet gehouden was tot betaling wegens het vertrek van de deurwaarder en het ontbreken van een nieuwe betalingsinstructie werd niet verder beoordeeld omdat eiser onvoldoende heeft gesteld. De subsidiaire vorderingen tot betaling en dwangsommen werden eveneens afgewezen vanwege het ontbreken van een rechtens relevant belang en wettelijke beperkingen.
Eiser werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten. De rechtbank verklaarde het vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van eiser tot betaling en nakoming af en veroordeelt eiser tot proceskosten.