Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De bewijsmotivering
“Zeg maar tegen eigen ZOON dat die moet stoppen want als die doorgaat gaat het niet goed aflopen en trouwens ik hoor alles hoor net ook dat [slachtoffer 5] met zijn vrienden me wil doodschieten dus dat zal ik ook ff door geven aan de politie”naar de moeder van [slachtoffer 5] heeft gestuurd. [3] Ook heeft hij bekend dat hij een dag later (op 2 maart 2023) nog een SMS-bericht heeft gestuurd naar de moeder van [slachtoffer 5] met de tekst
“Als ik voor morgenochtend niet weet wie het is krijg je er ook twee”. [4]
“Als je je kind niet rustig kan houden moet ik hem wel dood steken hij durft wel een mes op me te trekken maar durft verder niks ben met hem gaan vechten en hij verliest hij durft ook niet nog een x maar volgende x is [slachtoffer 5] zo hard de lul dat je gaat schrikken hoe die er uit ziet met zijn domme gedoe en die aangifte nooit gedaan nooit dus waag het niet om me moeder te appen of te spreken of iets te doen.” [5] Als afzender staat bij het bericht het telefoonnummer vermeld, waarvan [verdachte] zegt dat dit zijn telefoonnummer is. [6] [verdachte] heeft daarover verklaard dat hij denkt dat [slachtoffer 5] dit bericht zelf naar zijn moeder heeft gestuurd en het telefoonnummer zo heeft bewerkt dat het afkomstig lijkt van [verdachte]. De rechtbank vindt deze verklaring ongeloofwaardig. Deze verklaring wordt niet onderbouwd en de rechtbank ziet geen enkele reden waarom een ander dan [verdachte] dit bericht zou hebben verstuurd.
4.De strafbaarheid van het bewezen verklaarde
5.De strafbaarheid van verdachte
6.De op te leggen straf of maatregel
dadelijk uitvoerbaarzijn.
7.De schade van benadeelden
8.De toegepaste wettelijke voorschriften
9.De beslissing
bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd;
diefstal door twee of meer verenigde personen;
diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels;
mishandeling, terwijl het misdrijf wordt gepleegd tegen een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening;
bedreiging met verkrachting, terwijl deze wordt gepleegd tegen een persoon in diens hoedanigheid van ambtenaar van politie;
eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, meermalen gepleegd;
opzetheling;
poging tot diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking;
schuldheling;
jeugddetentievoor de duur van
132 dagen;
60 dagen niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien de verdachte voor het einde van de
proeftijd van 2 (twee) jarende navolgende algemene voorwaarde niet is nagekomen:
algemene voorwaardedat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
bijzondere voorwaardendat verdachte:
dadelijk uitvoerbaarzijn;
[slachtoffer 3](feiten 4 primair en 5) toe tot een bedrag van € 755,-- (zijnde materiële schade);
maatregelop dat de verdachte verplicht is ter zake van de bewezen verklaarde feiten 4 primair en 5 tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 755,--, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 7 maart 2024 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 0 dagen kan worden toegepast;
[slachtoffer 1](feit 7) toe tot een bedrag van
maatregelop dat de verdachte verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit 7 tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 764,95, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 10 juli 2024 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 0 dagen kan worden toegepast;
[aangever 2], (feit 10) in het geheel niet-ontvankelijk is in de vordering, en dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;
[slachtoffer 2], (feit 11) toe tot een bedrag van € 834,25 (zijnde materiële schade);
maatregelop dat de verdachte verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit 11 tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 834,25, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 8 juli 2024 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 0 dagen kan worden toegepast;