De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering tot verlenging van de ondertoezichtstelling van twee kinderen, [kind 1] en [kind 2]. De termijnen van de ondertoezichtstelling liepen oorspronkelijk niet gelijk, wat de kinderrechter uit praktisch oogpunt corrigeert.
Tijdens de mondelinge behandeling, waarbij de moeder niet aanwezig was en de vader bezwaar maakte tegen verlenging, werd vastgesteld dat de kinderen een positieve ontwikkeling doormaken. Er blijven echter ernstige zorgen over de relationele sfeer tussen de ouders, die temperamentvolle discussies voeren. De kinderrechter acht het daarom noodzakelijk dat de ondertoezichtstelling wordt verlengd om zicht te houden op de situatie.
De gecertificeerde instelling wil de komende zes maanden gebruiken om toe te werken naar voortzetting van de hulpverlening in het vrijwillig kader. De kinderrechter stemt hiermee in en verklaart de verlenging uitvoerbaar bij voorraad. De ondertoezichtstelling van [kind 2] wordt voor de gevraagde zes maanden verlengd, die van [kind 1] iets korter, zodat beide termijnen gelijklopen tot 16 oktober 2025.