ECLI:NL:RBOVE:2025:2945
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs verduistering en misbruik subsidiegelden
De rechtbank Overijssel behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van verduistering van circa €969.345 aan subsidiegelden en het aanwenden van €21.210 aan subsidiegelden voor andere doeleinden dan waarvoor deze waren verstrekt.
De feiten betroffen subsidiegelden die via de vennootschappen [bedrijf 1] en [bedrijf 2] waren ontvangen, die zorg leverden aan gemeenten waaronder Almelo. De Sociale Recherche Twente en FIOD voerden onderzoek uit naar mogelijke misstanden. Het Openbaar Ministerie vorderde vrijspraak omdat niet kon worden vastgesteld dat de gelden daadwerkelijk subsidiegelden waren en omdat de vennootschappen met winstoogmerk zorg verleenden.
De verdediging voerde aan dat de ten laste gelegde feiten niet bewezen konden worden, mede omdat de inkomstenbronnen niet waren uitgesplitst en er sprake was van vermenging van gelden. Ook was niet bewezen dat de pleegplaats Almelo was. De rechtbank oordeelde dat het bewijs onvoldoende was om verdachte te veroordelen en sprak haar vrij van beide feiten.
De rechtbank benadrukte dat de verplichting tot juiste besteding van subsidies bij de vennootschappen lag en niet persoonlijk bij verdachte. Verdachte was niet ten laste gelegd als medepleger of feitelijk leidinggever. Het vonnis werd gewezen door de rechtbank op 13 mei 2025.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van verduistering en misbruik van subsidiegelden.