Eiser verzocht de minister om volledige uitvoering van het Verdrag biologische wapens door het verbieden van ontwikkeling en productie van biologische agentia in dierhouderijen. De minister wees dit verzoek af en verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat het verzoek geen aanvraag betrof.
De rechtbank bevestigt dat het verzoek onvoldoende concreet is en niet kan worden opgevat als een handhavingsverzoek. Eiser had niet gespecificeerd welke dierhouderijen of overtredingen bedoeld werden, waardoor het verzoek meer een aansporing tot beleidswijziging was dan een concreet besluitverzoek.
Daarnaast verklaart de rechtbank zich onbevoegd voor de verzoeken tot vaststelling van een bestuurlijke dwangsom en proceskostenveroordeling in een andere zaak. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkheid van het bezwaar blijft in stand.