Eiser huurt sinds 2019 een woning van Rentree en ervaart sinds de zomer van 2023 ernstige geluidsoverlast van zijn buurvrouw. Ondanks meldingen vanaf januari 2024, een kortgedingprocedure en een klacht bij een onafhankelijke commissie, bleef de overlast aanhouden. Rentree voerde geluidsmetingen uit waaruit ernstige geluidshinder bleek, maar ondernam onvoldoende vervolgstappen om de overlast te beëindigen.
De overlegrechter oordeelde dat vanaf november 2024 sprake was van een gebrek aan het gehuurde, omdat Rentree haar bevoegdheden onvoldoende heeft benut. Daarom werd een huurprijsvermindering van 30% over vijf maanden toegekend, wat neerkomt op €1.065,00. Een hogere verhuiskostenvergoeding en immateriële schadevergoeding werden afgewezen wegens gebrek aan onderbouwing.
De procedure vond plaats bij de Overijsselse Overlegrechter, waarbij hoger beroep is uitgesloten. Partijen zijn niet tot een minnelijke oplossing gekomen. De proceskosten worden gecompenseerd, zodat ieder zijn eigen kosten draagt.